Lekker zeilen in de Finn
14 oktober 2009Als je eens iets wilt zien van de kick van het zeilen in een Finn moet je eens naar TheFinnChannel gaan. Je treft daar bijvoorbeeld het volgende filmpje:
Als je eens iets wilt zien van de kick van het zeilen in een Finn moet je eens naar TheFinnChannel gaan. Je treft daar bijvoorbeeld het volgende filmpje:
Nu ik toch in de anekdotes over personen zit schiet met het verhaal te binnen van Jan. Het gaat over dynamiek in groepen en over winnen en verliezen.
Volleybal foto, de speler met no 14 zou Jan kunnen zijn
Ik heb anderhalf jaar gevolleybald met teamgenoot Jan. Hij was een markante persoon die op trainingen altijd de aandacht naar zich toetrok. Bij het inlopen al wilde iedereen bij hem in de buurt lopen want hij had altijd wel een paar goeie grappen of een leuk verhaal paraat. Als Jan niet op de training was (wat zelden gebeurde) was het maar een dooie boel.
In het veld daarentegen had Jan “speltechnisch” gezien een beperkte rol. Hij kon aan het net goed ballen tegenhouden (blokken). Aanvallend imponeerde hij zeker niet en in het achterveld wist hij ondanks dat hij in het uiterste hoekje van het veld stond nog punten voor de tegenstander te maken door ballen die meters uitgingen toch nog aan te raken.
Jan maakte met zijn uitstraling aan het net, vlotte babbel maar vooral zijn teamspirit echter wel het verschil in de wedstrijden die we speelden. Dat merkten we heel duidelijk toen we na de winterstop weer met de training en wedstrijden begonnen. Jan kwam niet meer opdagen en we hebben hem nooit meer gezien. Voor de winterstop stonden we plek drie van boven, aan het eind van de competitie ergens drie van onder.
Ik ben nooit helemaal het fijne te weten gekomen over de reden van zijn afwezigheid. Het gerucht ging dat hij in de bak zat. Als het de gevangenis niet geweest is is de kans groot dat het op een andere manier met de schaduwzijde van zijn persoon te maken had; 12 sporten en beroepen en 13 ongelukken…
Om er toch maar weer een moraal aan te breien: Het gelijk van de kille rekenaars is zeer betrekkelijk, allemaal goede spelers bij elkaar maakt nog geen team en de dynamiek van groepen is vaak complex en ondoorgrondelijk. Het meest doorslaggevend in mijn herinnering was echter het spelplezier dat hij uitstraalde en over wist te brengen op anderen.
| Zie ook: | |
| Site volleybal club Maaseik (komt de foto vandaan) Nevobo (Nederlandse Volleybal Bond) site |
|
| Mijn oude clubs: | |
| Invicta Wageningen Harambee Enschede Protos Utrecht (voorheen USS) |
VC Utrecht Delta Delft |
Toen ik in 1989 in Zetten in Psychiatrisch centrum “De Lingewal” ging werken speelde daar net de affaire “Dokter F”:
De volkskrant 17 januari 2009
“De ‘Mengele van Zetten’ werd hij wel genoemd. Hij zou meisjes in zijn jeugdpsychiatrische inrichting van Zetten stelselmatig seksueel hebben misbruikt. Tot zijn dood, vorige week, is psychiater Theo Finkensieper (55) blijven ontkennen. Maar geen rechter geloofde hem. Hij kreeg zes jaar cel.”
Het was voor mij bijzonder leerzaam om in de psychiatrie te werken en deze affaire droeg daar niet in het minst aan bij. Dokter F geeft zelf in een interview in Trouw een m.i. rake beschrijving van de omstandigheden waarin deze affaire kon plaatsvinden:
Achteraf kan hij het moment waarop het volgens hèm fout ging, nauwkeurig bepalen. “In 1985 ben ik behandelend directeur geworden voor de hele inrichting. Dat had ik nooit moeten doen. Ik had gewoon psychiater moeten blijven bij De Lingewal, een afdeling van de Heldringstichtingen. Op een gegeven moment had ik alle touwtjes in handen. Alle macht bij de behandeling van de pupillen was verenigd in één persoon. Ik woonde op het terrein, ik was een soort pater familias, er heerste een gezinssfeer, pupillen kwamen bij ons aan huis. En ik deed alles zelf. Ik nam de besluiten tot isolatie van pupillen, ik stuurde ze door naar andere inrichtingen. Dat roept reacties op. Het was één grote draaikolk, waarin alles verzonk. Dat was niet goed. Ik had moeten opstappen.”
Op het moment dat ik in Zetten aan de slag ging was dokter F al op non actief gesteld. Al mijn collega´s kenden hem en hadden met hem gewerkt. Het was voor bijna iedereen duidelijk dat er in ieder geval iets waar was van de aanklachten. Naast een collectief schuldgevoel, waar in mijn bijzijn maar beperkt over gesproken werd, heerste er ook ongeloof en twijfel aan eigen capaciteiten. De lessen die ik leerde in deze periode heb ik voor mezelf samengevat in enkele “universele” dilemma´s:
Wat is “De waarheid”
De waarheid over wat er tussen behandelaar en pupillen is gebeurd zal nooit objectief te achterhalen zijn. Het gaat om het woord van de een tegenover het woord van de ander en er zijn geen getuigen of opnamen. Volgens mijn toenmalige collega´s waren delen van de getuigenissen (“ik werd altijd platgespoten als ik bij hem vandaan kwam”) aantoonbaar onjuist maar andere getuigenissen zeker geloofwaardig omdat ze de pupillen kenden als betrouwbaar en integer.
Ook de kwaliteits dag en weekbladen (dus niet alleen de telegraaf en Revue) schreven indertijd soms klinklare nonsense wat me heeft geleerd deze bladen maar ook andere publicaties altijd met gezond wantrouwen te lezen.
Professionaliteit
De pupillen intertijd kenden de affaire en verhalen uiteraard ook. Enkele van hen “speelden” er ook mee door na bezoek aan de nieuwe psychiater te roepen dat ze “door hem gepakt waren”. De verhalen werden door mij en mijn collega´s lacherig afgedaan als onzin omdat ze “uiteraard niet waar konden zijn”. Bij de beoordeling van of het waar was of niet kon je echter alleen maar afgaan op je eigen oordeel en vertrouwen in de psychiater en collega´s. De deur van de pschychiater was welliswaar nooit op slot maar die was dat ook in de periode van Dokter F niet geweest.
Ook ik heb naderhand in veel “een op een” situaties met kinderen gewerkt. De les die ik daarbij altijd in gedachten heb gehouden is dat ik van mijn besluiten en handelingen achteraf verantwoording moest kunnen afleggen. Door beslissingen en handelingen zoveel mogelijk vast te leggen en met collega´s te bespreken is dat deels te ondervangen. Zeker als man blijf je als hulpverlener echter altijd kwetsbaar voor verhalen waarvan de waarheid nooit helemaal te achterhalen zal zijn.
Controle op macht
Dokter F geeft in zijn interview zelf al impliciet aan dat er geen controle was op zijn functioneren. Grote afwezige hierbij was zeker de kinderbescherming waar in de publicaties opvallend weinig aandacht aan besteed wordt. Voor een lange periode is de Otto Gerhard Heldering stichting in Zetten een afvalputje van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland geweest. Als je nergens meer terecht kon ging je naar Zetten en “men” zal zeker iets gedacht hebben van “wat ze daar doen weten we niet en willen we niet weten, maar ze zijn er wel onder dak”.
In het klein speelde dit ook in de groep waar ik werkte. De collega die de roosterplanningen maakte en de kas bijhield was ooit van deze taken ontheven omdat hij er misbruik van maakte. Omdat echter niemand anders deze taken wilde uitvoeren deed hij ze inmiddels weer. Iedereen wist dat hij er wederom beperkt misbruik van maakte maar niemand deed er iets aan omdat de consequentie was dat je de taak dan zelf op je kon nemen. Wellicht was het niet geheel toevallig dat deze collega ook degeen was die privé met Dokter F op vakantie ging…
Iedereen en wellicht juist de persoon aan de top van een hierarchie heeft dus controle nodig om ontsporing en machtsmisbruik te voorkomen. Dat deze controle niet altijd voldoende plaatsvindt wordt vaak veroorzaakt door luiheid en eigenbelang.
Zie ook:
Al jaren werkend in dynamische matrix organisaties vraag ik me dagelijks 2 dingen af:
Wat betreft de 1e vraag is mijn conclusie inmiddels dat dergelijke organisaties in veel gevallen geplaagd worden door reorganisatie op reorganisatie. Dit in een poging om tot een doelmatiger en meer naar buiten gerichte organisatie te komen.
Het tegenovergestelde is over het algemeen het resultaat; de reorganisaties zorgen voor chaos en troebele organisatie structuren waarin uiteindelijk niet alleen de klanten maar ook de medewerkers zelf de weg niet meer kunnen vinden. Deze organisaties zijn na de reorganisatie veelal nog intern gerichter dan ervoor. Zie ook: Chaosdenken: Een nieuw paradigma voor organisaties?
Dan komen we dus bij vraag 2: Kan het ook anders?
Jaren geleden hoorde ik een verhaal van Peter Bootsma over “recursief proces management” (RPM). Zijn verhaal kwam kort samengevat neer op “gooi niet steeds de organisatie weer overhoop (kantelen naar de klant > organiseren naar disciplines > kantelen naar de klant; je blijft rollen…) maar gebruik “recursief proces management”. Recursief proces management organiseert wat valt tussen lijn en project organisaties. Theoretisch wat abstract, maar Peter liet zien dat de theorie zich vertaalde in praktische hulpmiddelen zoals templates.

Ik heb toen ik bij uitgeverij Samsom werkte tevergeefs getracht RPM te laten landen. Achteraf was mijn conclusie dat de abstracte theorie afschrikt. Dat verbaasde me ook want mijn analyse was dat RPM veel wegheeft van het voor uitgevers welbekende redactionele proces.
Jaren later, sadder and wiser, is mijn analyse over het probleem nog steeds hetzelfde maar denk ik bij oplossingen aan (nog?) simpeler en pragmatischer middelen; Reorganiseren, allemaal prima maar ga vooral:
Plannen, prioriteren, organiseren, evalueren.
En ja ik denk nog steeds dat hierbij theorieën als RPM en bijbehorende templates kunnen helpen.